Een PV-cel, voluit fotovoltaische cel of zonnecel, is het halfgeleiderplaatje dat zonlicht rechtstreeks omzet in elektriciteit via het fotovoltaisch effect. Een standaard siliciumcel meet ongeveer 16 bij 16 cm (de M10-norm van 182 mm wint terrein), levert een spanning van 0,5 tot 0,7 volt en een vermogen van 6 tot 9 watt bij vol zonlicht. Het rendement van een courante cel ligt in 2026 tussen 20 en 23%, terwijl laboratoriumrecords oplopen tot ongeveer 27% voor silicium en meer dan 47% voor gestapelde meerlagencellen. Een zonnepaneel is niets anders dan 60 tot 144 van die cellen in serie geschakeld achter glas, zodat de spanningen optellen tot een bruikbare moduleoutput. De cel produceert gelijkstroom; een omvormer maakt daar wisselstroom van. Het celtype, het basismateriaal (monokristallijn of polykristallijn silicium, of een dunne film) en de werktemperatuur bepalen samen hoeveel van het invallende zonlicht uiteindelijk stroom wordt.

Wat is een PV-cel?
Een PV-cel is een dunne schijf halfgeleidermateriaal, meestal silicium, die licht omzet in een elektrische stroom. PV staat voor fotovoltaisch: foto verwijst naar licht, voltaisch naar spanning. De cel bestaat uit twee lagen silicium met een verschillende dotering: een n-laag met een overschot aan vrije elektronen en een p-laag met een tekort. Samen vormen ze een pn-overgang met een intern elektrisch veld, en net dat veld zet de door licht losgemaakte elektronen in beweging.
De PV-cel is de kleinste functionele eenheid van alle zonnepanelen. Wie de techniek volledig wil begrijpen, leest hoe de werking van zonnepanelen van cel tot stopcontact verloopt. Op celniveau gaat het telkens om hetzelfde principe: een foton met genoeg energie maakt een elektron vrij, en de pn-overgang stuurt dat elektron naar de contacten op de cel.
Hoe werkt een fotovoltaische cel?
Een fotovoltaische cel werkt doordat invallend zonlicht elektronen losmaakt in de halfgeleider, waarna de pn-overgang die elektronen naar buiten dwingt als gelijkstroom. Het proces verloopt in drie stappen: absorptie van licht, scheiding van ladingen en afvoer via de metalen contacten.
- Absorptie: fotonen uit het zonlicht dringen het silicium binnen en geven hun energie af aan elektronen, die daardoor losbreken uit hun atoombinding.
- Ladingsscheiding: het elektrische veld van de pn-overgang trekt de vrije elektronen naar de n-kant en de gaten naar de p-kant, zodat er een spanningsverschil ontstaat.
- Afvoer: via de fijne zilveren vingers op de voorkant en het contact op de achterkant loopt de stroom naar buiten, klaar voor gebruik.
Een enkele cel levert maar 0,5 tot 0,7 volt, te weinig om iets nuttigs mee te doen. Daarom worden de cellen in serie geschakeld tot een paneel. De cel levert altijd gelijkstroom, terwijl het elektriciteitsnet en je toestellen op wisselstroom werken. Die omzetting gebeurt door de omvormer, het tweede sleutelonderdeel naast de panelen zelf.
Welke types PV-cellen zijn er?
PV-cellen verschillen vooral in het basismateriaal en de kristalstructuur, en dat bepaalt rechtstreeks hun rendement en prijs. De drie hoofdfamilies zijn monokristallijn silicium, polykristallijn silicium en dunne film. Onderstaande tabel zet de courante celtypes naast elkaar.
Celtype | Celrendement 2026 | Kenmerk | Toepassing |
|---|---|---|---|
Monokristallijn (PERC / TOPCon) | 21 tot 24% | Een kristal, egaal zwart, beste prestatie per m2 | Standaard op woningdaken |
Polykristallijn | 16 tot 18% | Meerdere kristallen, blauwe schittering, goedkoper | Oudere en budgetinstallaties |
Dunne film (amorf silicium, CdTe, CIGS) | 10 tot 15% | Flexibel en licht, presteert beter bij diffuus licht | Grote daken, gevels, bijzondere vormen |
Perovskiet en tandem | 25 tot 33%+ (opkomend) | Gestapelde lagen, hoog potentieel, nog jong | Toekomstige generatie |
De meeste daken in Vlaanderen liggen vol monokristallijne zonnepanelen, omdat die het hoogste vermogen per vierkante meter halen. De goedkopere polykristallijne zonnepanelen herken je aan hun blauwe, gevlekte uitzicht en kom je vooral op oudere installaties tegen. Voor een volledige doorlichting van alle varianten helpt het overzicht van de soorten zonnepanelen. De grootste rendementssprong wordt verwacht van perovskiet zonnepanelen, die als toplaag op een siliciumcel gestapeld worden.
In de installaties die wij in Vlaanderen plaatsen, zijn monokristallijne PERC- en sinds kort TOPCon-cellen vrijwel de standaard geworden. Polykristallijne cellen zien we nog amper terugkomen, behalve op daken die voor 2018 zijn uitgerust. Het verschil zit niet alleen in het rendement op papier, maar ook in het gedrag bij weinig licht: de modernere monocellen blijven in de winter en bij bewolking merkbaar productiever.
Hoeveel rendement haalt een PV-cel?
Een courante siliciumcel zet in 2026 tussen 20 en 23% van het invallende zonlicht om in elektriciteit; de beste commerciele cellen halen 24%. De theoretische bovengrens voor een gewone siliciumcel met een enkele overgang ligt op ongeveer 33%, de zogeheten Shockley-Queisser-limiet. Door meerdere lagen te stapelen, elk gevoelig voor een ander deel van het lichtspectrum, doorbreken laboratoriumcellen die grens: het actuele wereldrecord staat boven 47% voor meerlagencellen onder geconcentreerd licht.
De evolutie van die records wordt bijgehouden door gezaghebbende instituten. Het Amerikaanse NREL houdt een efficiency-grafiek van alle celtechnologieen bij, en het Duitse Fraunhofer ISE publiceert jaarlijks een Photovoltaics Report met de actuele cijfers. Belangrijk om te onthouden: het celrendement is altijd hoger dan het uiteindelijke rendement van de zonnepanelen, omdat de ruimte tussen de cellen, het glas en de framerand van een paneel niet bijdragen aan de opbrengst.
We merken dat klanten celrendement en paneelrendement vaak door elkaar halen. Een cel van 23% komt op moduleniveau doorgaans uit op 20 tot 21%, simpelweg omdat een paneel meer is dan de som van de actieve cellen. Voor de keuze van je installatie telt het paneelrendement en het vermogen in wattpiek, niet het celrendement uit de brochure.
Wat is het verschil tussen een PV-cel en een zonnepaneel?
Een PV-cel is een enkele lichtgevoelige eenheid, een zonnepaneel is een reeks cellen die samen achter glas tot een module zijn verwerkt. Door 60, 72 of tot 144 halve cellen in serie te schakelen, tellen de celspanningen op tot ongeveer 30 tot 45 volt per paneel, een bruikbaar niveau voor de omvormer. Het paneelvermogen wordt uitgedrukt in wattpiek, de output onder gestandaardiseerde testomstandigheden.
Omdat de cellen in serie staan, bepaalt de zwakste cel de stroom door de hele reeks. Valt er schaduw op een enkele cel, dan zakt de opbrengst van de volledige string mee, tenzij bypassdiodes of optimizers dat opvangen. Dat principe verklaart ook waarom bifaciale zonnepanelen, die ook licht via de achterkant opvangen, op celniveau extra opbrengst halen zonder dat er meer cellen nodig zijn. In de praktijk zien we dat een enkele beschaduwde cel, bijvoorbeeld door een schoorsteen of een tak, een paneel meer kan kosten dan de oppervlakte van die schaduw doet vermoeden.
Wat beinvloedt de opbrengst van een PV-cel?
De opbrengst van een PV-cel hangt af van de hoeveelheid licht, de invalshoek en vooral de temperatuur. Een cel presteert het best bij fel maar koel weer; hoe warmer de cel, hoe lager de spanning en dus het vermogen. De temperatuurcoefficient van een moderne cel ligt rond -0,30% per graad boven 25 graden.
Op een warme julidag meten we op zwarte daken celtemperaturen tot 65 graden. Bij een temperatuurcoefficient van -0,30% per graad betekent dat al snel 12 tot 15% minder vermogen dan de labelwaarde die bij 25 graden wordt gemeten. Goede dakventilatie achter de panelen en een doordachte plaatsing beperken dat verlies. Ook gedeeltelijke schaduw weegt zwaar door: hoe schaduw de zonnepanelen beinvloedt hangt af van de celindeling en de aanwezigheid van bypassdiodes of optimizers.
Veelgestelde vragen over PV-cellen
- Wat is een PV-cel?
- Een PV-cel of fotovoltaische cel is een halfgeleiderplaatje, meestal van silicium, dat zonlicht via het fotovoltaisch effect rechtstreeks omzet in gelijkstroom. Het is de bouwsteen van elk zonnepaneel.
- Wat is het verschil tussen een PV-cel en een zonnepaneel?
- Een PV-cel is een enkele lichtgevoelige eenheid van ongeveer 16 bij 16 cm. Een zonnepaneel bestaat uit 60 tot 144 van die cellen in serie achter glas, zodat de spanningen optellen tot een bruikbare output.
- Hoeveel volt levert een PV-cel?
- Een enkele siliciumcel levert ongeveer 0,5 tot 0,7 volt en 6 tot 9 watt bij vol zonlicht. Pas in serie geschakeld tot een paneel ontstaat een bruikbare spanning van 30 tot 45 volt.
- Welk type PV-cel is het best?
- Voor woningdaken zijn monokristallijne cellen (PERC of TOPCon) de standaard, met een celrendement van 21 tot 24%. Ze halen het hoogste vermogen per vierkante meter en presteren beter bij weinig licht dan polykristallijne cellen.
- Wat is het maximale rendement van een PV-cel?
- Een gewone siliciumcel met een enkele overgang stuit op de Shockley-Queisser-limiet van ongeveer 33%. Door lagen te stapelen halen laboratoriummeerlagencellen meer dan 47% onder geconcentreerd licht.
- Waarom produceert een PV-cel gelijkstroom?
- De pn-overgang stuurt de losgemaakte elektronen altijd in dezelfde richting, wat gelijkstroom oplevert. Een omvormer zet die gelijkstroom om naar de wisselstroom die het net en je toestellen gebruiken.
De PV-cel is het hart van elke installatie: alle keuzes rond celtype, rendement en temperatuurgedrag werken door tot op je energiefactuur. Wil je weten welk celtype en welk vermogen het best bij jouw dak passen, dan helpt Zen Zonne Energie je met advies op maat. Twijfel je tussen de varianten, vergelijk dan eerst de volledige zonnepanelen vergelijken per merk en type.